‘Waar zijn de negers nou!?’
oktober 2nd, 2011 § Geef een reactie
In het Africa Magazine ZAM liet de schrijver Adriaan van Dis ooit weten dat hij nooit in Zuid-Afrika zou kunnen aarden omdat hij zich er dan zo nadrukkelijk ‘wit’ zou blijven voelen. Ik was het helemaal met hem eens. In pakweg Ghana of Oeganda voel ik mijzelf als ik er ben toch ook altijd net iets beter op m’n gemak dan in Zuid-Afrika waar huidskleur inderdaad nog steeds zo’n allesbepalende rol speelt. Maar wat wil je in een land waar die eeuwen een obsessie is geweest.
Neem de megalomane imperialist Cecil John Rhodes met zijn droom van een door Engeland van de Kaap tot Cairo bestierd Afrika. Rhodes heeft heel wat over hoe een en ander dan met al die zwarten op het continent aan te pakken. Hij voerde pasjes in voor de mijnwerkers van zijn bedrijven in Kimberley en Johannesburg en ook zijn notities over een verdere aanpak van ‘zwarten’ lezen als vingeroefeningen voor wat later apartheid zou gaan heten. Daarmee werd het hinderlijk herinnerd worden aan je huidskleur in Zuid-Afrika een algemene vervelendigheid bepaald niet alleen voorbehouden aan de blanke minderheid. Ga naar Eldorado Park, de township voor de kleurlingen pal naast Soweto en je hoort er in gesprekken met de bewoners nog altijd de dat je als kleurling, oftewel ‘bruinmens’, te bruin bent om voor wit door te kunnen gaan maar ook weer te verbleekt voor een zwarte status. Het
blijft in Zuid-Afrika dus voor alle tinten nog flink tobben geblazen.
Veel Nederlandse bezoekers aan Zuid-Afrika stuit de nogal bot klinkende nomenclatuur van huidskleuren tegen de borst. Met uitzondering dan voor een aardig groepje collega-journalisten dat ik ooit liet kennismaken met Johannesburg waar het stadscentrum op een saaie zondagmiddag op mijn gasten een veel te blanke indruk maakte. Hetgeen een van hen deed verzuchten: ‘Waar zijn de negers nou!?’ Doorgaans echter munten mijn Nederlandse gasten juist uit in het bedenken van de meest creatieve termen om het woord ‘zwart’ maar niet uit te hoeven spreken. Getint, andersgekleurd, donker; ja, bij Nederlanders komt de zwarte er wat je noemt gekleurd op te staan. Een televisiemaker die kwam filmen in de aanloop naar het WK-Voetbal kwam bij zijn ‘stand upjes’ behoorlijk in de knoop met al de synoniemen die hij had weten te bedenken. Maar, net terug van een bezoekje aan Kaapstad had hij eindelijk de niet stuitende maar zo volkomen correcte aanduiding voor een
zwarte persoon onder de knie gekregen: ‘Kleurling’. Ik wilde de opgetogenheid over zijn vondst niet verpesten. Toen schoot mij de volgende zin te binnen: ‘Achter de zwarte ruit van de auto zat een getinte chauffeur’.
Naar het schijnt kennen eskimo’s heel veel benamingen voor de kleur van sneeuw. Zo ontmoette ik in Soweto de lesbische activiste Beverly Ditsie die mij in navolging daarvan de fijnere kneepjes van het ‘wit’ zijn heeft uiteengezet. Beverly kende drie van elkaar te onderscheiden types blank. Allereerst was er volgens haar het Boereblank. Een nadere toelichting over het afkeurenswaardige karakter van deze soort bleef als vanzelfsprekend achterwege. Vervolgens benoemde zij het Britse blank dat zich kenmerkt door hooghartig hoofdschudden over het verwerpelijke Boereblank dat er in Zuid-Afrika zo’n ‘bloody’ puinhoop van maakte; gemakshalve vergetend hoe flink zij daarvan mee profiteerden. Tenslotte kende Beverly het Europese blank waar zij eigenlijk helemaal niets op had aan te merken en al zeker niet op dat van de blanke top der duinen dat zich zo heldhaftig had geschaard in de strijd tegen de apartheid. Nogal laf ben ik op haar laatste constatering niet af gaan dingen.
