Wrange symboliek.

16 augustus 2013 § Een reactie plaatsen

Tsietsi en Khotso, Botswana 1977.

Tsietsi en Khotso, Botswana 1977.

Het zijn onbeduidende overeenkomsten, die tussen Tsietsi Mashinini en Mbuyisa Makhubu. Een op het internet nog te achterhalen foto van Tsietsi, het brein achter wat de Zuid-Afrikaanse geschiedenis is ingegaan als de ‘Soweto Scholierenopstand’ toont hem in een strijdlustige pose met opgeheven overwinningsvuist, samen met zijn medestrijder Khotso Seatlholo. Op die foto is Tsietsi gekleed in zo’n tuinbroek die in de jaren zeventig van de vorige eeuw ook in Nederland erg populair was. In precies zo’n zelfde tuinbroek werd Mbuyisa door persfotograaf Sam Nzima vereeuwigd toen hij de dodelijk getroffen Hector Pieterson wegdroeg uit het eerste treffen tussen de scholieren van Soweto en de Zuid-Afrikaanse politie. Tsietsi’s foto werd genomen ergens in Botswana, in 1977, toen ook Mbuyisa daar mogelijkerwijs nog in zijn ballingschap op doortocht was. Hij heeft daar in die periode een meisje leren kennen dat zwanger van hem raakte. Zij baarde een jongetje dat Thato werd genoemd. In Liberia werd Tsietsi vader van twee dochtertjes. Tsietsi’s dood is, net als Mbuyisa’s verdwijning, nog altijd omgeven door veel vraagtekens. Er is ook een opmerkelijk verschil tussen de twee jongens uit Soweto.

Mbuyisa's foto die iedereen nu kent.

Mbuyisa’s foto die iedereen nu kent.

Mbuyisa is door de foto die Sam Nzima van hem maakte, het symbool geworden van de strijd tegen de apartheid met de scholierenopstand van 1976 als het grote keerpunt daarin. Tsietsi, de initiator van het zo bepalende gebeuren, steekt daarbij af als toch eigenlijk niet meer dan een voetnoot bij Zuid-Afrika’s vrijheidsstrijd. Er werd op zijn begrafenis ruzie gemaakt bij zijn graf en dat ligt, oh wrange symboliek, pal naast de door het ANC ingerichte heldenakker.

Een tumultueuze begrafenis.

9 augustus 2013 § Een reactie plaatsen

Tsietsi Mashinini kreeg wel een begrafenis. Hij overleed in 1990 in Guinea en via zijn ex-vrouw Welma Campbell die als eerste op de hoogte was van Tsietsi’s dood, werd ook zijn familie in Soweto geïnformeerd. De Zuid-Afrikaanse kranten maakten er groot nieuws van en kopten dat Tsietsi aan AIDS zou zijn bezweken. Maar toen de familie het stoffelijk overschot van hun zoon en broer bij aankomst op het vliegveld van Johannesburg voor identificatie mochten bekijken, stelden die tot hun afgrijzen vast dat het lichaam was geschonden. Zo vertoonde Tsietsi’s achterhoofd een grote gapende wond en bleek een van zijn ogen uit de kas te zijn gevallen. Vreemd genoeg zijn de geschokte ouders van Tsietsi toen niet ingegaan op het aanbod van een autopsie om op die manier meer duidelijkheid te krijgen over de precieze doodsoorzaak van hun zoon. De geconstateerde verwondingen konden immers moeilijk in verband worden gebracht met AIDS als de officieel opgegeven doodsoorzaak. Volgens Lynda Schuster waren de ouders van Tsietsi echter zo op van de zenuwen en het verdriet, dat zij nog maar één ding wilden: hun zoon zo snel mogelijk begraven zonder al de vertragende procedures van een nadoodsonderzoek. Een beslissing, schrijft Schuster dan, waar Tsietsi’s ouders later spijt van zouden krijgen. Zij maakt echter niet duidelijk waarom Tsietsi’s ouders zo overhaast te werk gingen om daar pas later spijt van te krijgen. Natuurlijk handelden zij destijds onder enorme emotionele druk maar ik kan mij ook voorstellen dat hun drang om van Tsietsi’s begrafenis snel komaf te maken ook werd gevoed door de angst dat een post mortem op hun zoon dingen aan het licht zou brengen die zijn imago mogelijk nog verder zouden kunnen beschadigen. AIDS als doodsoorzaak had immers al in vette koppen in de krant gestaan. En dat in 1990, een jaar waarin in Zuid-Afrika over de ziekte nauwelijks nog werd gefluisterd als een aandoening van de absolute schande. In de aanloop naar de begrafenisplechtigheid kreeg de Mashinini-familie ook nog te maken met opdringerige groeperingen die allemaal voor zich het recht opeisten om Tsietsi als hun held ten grave te dragen. Met name de vertegenwoordigers van de ‘Azanian People’s Organization’ (Azapo) die zich beschouwden als de erfgenamen van ‘Black Consciousness’ toonden zich daarbij nogal aggressief. Er werd een speciaal comité benoemd dat de plechtigheden in goede banen zou moeten leiden. In al dat gehakketak hield Tsietsi’s vader voet bij stuk en eiste dat alleen de familie zich met de kerkelijke plechtigheid mocht bemoeien en niemand anders. Tot in de finesses geeft Lynda Schuster een beschrijving van Tsietsi’s uitvaart die na de kerkdienst in het Jabulani Stadion veranderde in een massale politieke bijeenkomst waarin de verschillende groeperingen er in de toespraken van hun vertegenwoordigers er een verkiezingsbijeenkomst van maakten. Iedere keer als er weer een nieuwe spreker het verhoog betrad, moesten de vlag en de parafernalia van de voorgaande spreker van Tsietsi’s kist worden vervangen door die van de nieuwe spreker. Schuster beschrijft hoe Tsietsi’s familie het zich bij die lange reeks van toespraken niet kon veroorloven om enige emotie te tonen, hetzij van reserve, hetzij van instemming. De familieleden waren gereduceerd tot toeschouwers van politiek getouwtrek. Aan de groeve ontstaat, als Tsietsi’s kist is neergedaald, een complete vechtpartij tussen vakbondsleden die vlakbij een medelid begroeven en de aanhangers van de ‘Black Consciousness’. Er werden messen getrokken en vuistslagen uitgedeeld. In die uitbarsting van geweld hebben Tsietsi’s ouders en zijn broers toen een veilig heenkomen gezocht naar de gereedstaande rouwauto’s. Na de tumultueuze begrafenis zou het nog zeker tien jaar duren voordat het ANC tijdens een herdenkingplechtigheid in 2000 schoorvoetend eer betoonde aan Tsietsi Mashinini als een van de honderden jongeren die op 16 juni 1976 en in de jaren daarna hun leven offerden voor een vrij en democratisch Zuid-Afrika. Tegen die tijd had de heldenakker van het ANC aan de overkant van het pad waaraan Tsietsi was begraven, al heel aardig gestalte gekregen.

Lege plekken.

3 augustus 2013 § Een reactie plaatsen

Tot haar overlijden in 2004 had de moeder van Mbuyisa Makhubu een stalletje bij het Hector Pieterson monument in de wijk Orlando-West van Soweto. Op die plek met de wereldberoemd geworden foto van haar zoon verkocht zij memorabilia van de scholierenopstand. Mevrouw Makhubu woonde vlakbij het monument om de hoek. De zitkamer van haar huisje werd geheel naar Soweto’s interieurvoorschriften gedomineerd door een pompeus kunstleren bankstel. Ik heb daar ooit met haar gepraat over Mbuyisa die in 1976 na zijn vlucht naar het buitenland spoorloos is verdwenen. Zijn moeder heeft alles op alles gezet om die verdwijning opgehelderd te krijgen; tot aan de Waarheids- en Verzoeningscommissie aan toe. Maar ook daar kreeg zij nul op het rekest. Bij haar thuis bladerde zij met mij door een fotoalbum met familiekiekjes. Nogal wat bladzijden vertoonden lege plekken. “Ja”, lichtte zij toe, “daar zaten foto’s van Mbuyisa die journalisten van mij mochten lenen voor de verhalen die zij over hem hebben geschreven. Ik kreeg dan altijd de verzekering dat zij die foto’s weer zouden terugbrengen.” Net als bij Tsietsi Mashinini werd ook voor Mbuyisa vrij kort na de Soweto-opstand de grond te heet onder zijn voeten en nam hij in eerste instantie de wijk naar Botswana. Zijn moeder kan zich het afscheid nog heel goed herinneren. “Hij vertelde mij dat hij met een zangkoor voor een optreden naar Durban moest. Ik heb hem toen het laatste geld gegeven wat ik bij mij had en mijn voorgevoel zei mij dat Mbuyisa mij niet de waarheid had verteld.” De ouders van Tsietsi Mashinini bleven zeker nog tot rond 1980 geȉnformeerd over de omstandigheden waarin hun zoon zich bevond. Voor Mbuyisa’s moeder bleef enig levensteken uit, tot zij in 1978 een brief ontving die Mbuyisa vanuit Nigeria had geschreven. “Hij schreef daarin dat hij zo’n beetje door alle tropische ziekten was bezocht die een mens op kan lopen. Het ging dus helemaal niet goed met hem. Die brief was het laatste wat ik van hem heb vernomen.” Zo’n drie jaar later schreef Tsietsi Mashinini ook vanuit Nigeria een brief aan zijn moeder. In nauwelijks leesbaar kriebelschrift en zonder een afzenderadres te vermelden, liet Tsietsi in die brief weten dat hij met gezondheidsproblemen kampte. Hoe nauwgezet Lynda Schuster in haar boek ‘A Burning Hunger’ de lotgevallen van Tsietsi heeft weten te reconstrueren, toch begint ook zijn spoor in Nigeria te vervagen. Feiten veranderden in vermoedens en vermoedens werden geruchten. Zo gebeurde dat ook met de spoorloos verdwenen Mbuyisa. Hij zou in zee zijn verdronken. Weer een ander verhaal was dat Mbuyisa zich tot rasta had ontpopt en aan de hash verslingerd was geraakt. Er was ook een versie volgens welke Mbuyisa verstrikt zou zijn geraakt in de richtingenstrijd van elkaar bevechtende vrijheidsstrijders. Die lezing opperde dat hij daarbij als politiek onbetrouwbaar uit de weg zou zijn geruimd. Al die verhalen vol met vraagtekens over wat er zich nou werkelijk rondom Tsietsi Mashinini en Mbuyisa Makhubu heeft afgespeeld, blijven nog tot op de dag vandaag hardnekkig rondzingen. En elk jaar rond 16 juni, de dag van de scholierenopstand die tot de Nationale Jeugddag werd uitgeroepen, verschijnen er artikelen over Tsietsi en Mbuyisa met de teneur dat er over hun lot doelbewust zaken geheim worden gehouden. In Mbuyisa’s familie heeft dat sinds het overlijden van zijn moeder tweespalt teweeg gebracht. Mbuyisa’s broer zocht de publiciteit en eiste van de overheid dat het gezicht van Mbuyisa op de foto van Sam Nzima zwart gemaakt moest worden. Hij maakte veel misbaar over de naar zijn smaak exploitatie van zijn verdwenen broer. Onder andere Mbuyisa’s zus distantieerde zich van haar verongelijkte broer en verwees naar haar moeder die bij haar zoektocht naar de waarheid omtrent de verdwijning van haar zoon altijd grote waardigheid aan de dag had gelegd. “Weet je”, vertelde Mbuyisa’s moeder mij destijds, “dat ik wel eens jaloers ben als ik een begrafenisstoet voorbij zie komen. Dan zie ik al die begrafenisgangers en denk: Ja, jullie weten in ieder geval van wie je afscheid moet nemen. Dat voorrecht is mij met Mbuyisa nooit vergund geweest.”

Donald’s bubbly day.

30 juli 2013 § 2 reacties

Donald's graveThere are those days which never will really be the same. Like Donald’s birthday to date. He would have turned 39 and we would have popped a bubbly or two. It’s good to know that on this sparkling winter’s day in Johannesburg so many people will remember Donald’s joyous personality. So let’s celebrate the wonderful time he was with us.

Een spectaculaire bruiloft.

26 juli 2013 § Een reactie plaatsen

MashininiHet smoorverliefde stel liet er geen gras over groeien. Tsietsi kreeg het van Miriam Makeba gedaan om voor hem een verlovingsring te kopen en toen hij die aan Welma’s vinger schoof, gaf die zich ook helemaal gewonnen voor zijn huwelijksaanzoek. Welma’s moeder, Emma Campbell bleek echter mordicus tegen de huwelijksplannen van haar dochter. Zij vond Welma, toen net twintig, veel te jong en bovendien leek het Emma verstandiger dat haar dochter eerst haar studie maar eens af zou maken. Zo vond de trouwlustige Tsietsi niet alleen een afwijzende schoonmoeder in spé tegenover zich. Ook van zijn kameraden kreeg hij de wind van voren. Die gaven hem te verstaan dat een revolutionair elke geloofwaardigheid verspeelde voor zoiets burgerlijks als een huwelijk. Tsietsi kwam daardoor wat je noemt tussen twee vuren te zitten; al was hij eigenzinnig en vastbesloten genoeg om zich noch door Emma en evenmin door zijn politieke vrienden in de luren te laten leggen. Hij drukte zijn voorgenomen huwelijk met Welma er gewoon door. De bruiloft vond plaats in 1979. Het werd een spectaculair feest waar Monrovia nog lang over heeft nagepraat. Met zo’n 300 feestgangers was het wat je noemt een society gebeurtenis; de verbintenis tussen een gerenommeerde Zuid-Afrikaanse vrijheidsstrijder uit de township Soweto met een telg uit de Americo-Liberiaanse elite. Het pas getrouwde stel vestigde zich in de luxueuze villa van Welma’s moeder en Tsietsi leek daarmee een tamelijk comfortabele toekomst als gezinshoofd tegemoet te gaan. In de beschrijving van Lynda Schuster, Tsietsi’s ‘werdegang’ reconstruerend, heeft hij rond die tijd zijn hand toch overspeeld. Zijn kameraden in de strijd tegen de apartheid – te voeren vanuit het buitenland – waren Tsieti’s kapsones als de onbetwiste leider van de studentenstrijders in ballingschap al een tijdje meer dan beu en wellicht is zijn huwelijk met Welma de druppel geworden die de emmer deed overlopen. Hoe het ook zij; tijdens een conferentie in Zambia’s hoofdstad, Lusaka, waar Tsietsi’s opgezette organisatie van Zuid-Afrikaanse studenten in ballingschap koos voor nieuwe leiders, werd Tsietsi – die niet aanwezig was – weggestemd. Hem werd nog wel de vertegenwoordiging van de organisatie in Liberia en Guinea toebedeeld maar dat was niet meer dan een gebaar, een doekje voor het bloeden. Tsietsi rol in de strijd was uitgespeeld; wat overbleef was toen alleen nog maar zijn aanstaande vaderschap. Welma was zwanger van haar eerste kind. Het werd Welma en Tsietsi’s eerste dochtertje dat werd vernoemd naar Tsietsi’s moeder Nomkhitha. Welma was zes maanden zwanger van Nomkhita toen een woordenwisseling die eigenlijk niks voorstelde tussen haar en Tsietsi hem razend maakte. Welma kreeg haar eerste klappen te verduren. Het werd het begin van een gewelddadige huwelijksrelatie waarin Tsietsi’s vooral onder invloed van zijn overmatig drankgebruik volstrekt onberekenbaar werd. Welma, Emma en ook Miriam Makeba hebben van alles en nog wat geprobeerd om de steeds verder uit het gareel rakende Tsietsi weer op het rechte spoor te krijgen. Maar wie zij ook raadpleegden, van een traditionele genezer tot een psychiater in Senegal; Tsietsi bleef de alcoholist met steeds meer terugkerende mishandelingen van Welma gevolgd door spijt en goede voornemens van Tsietsi om het nooit meer te doen. Het moet ergens rond 1980 zijn geweest dat aan het huwelijk tussen Tsietsi en Welma een eind kwam. Schuster geeft een huiveringwekkende beschrijving van hoe Tsietsi bij zijn zoveelste woede-uitbarsting er niet op los begint te slaan maar zijn hand in zijn broekzak steekt. “Okay”, zegt hij dan. “Ik zal je niet aanraken want ik heb () beloofd dat ik dat niet meer zal doen. Maar ik kan nog wel een hele hoop doen zonder jou aan te raken.” Tsietsi haalde een revolver tevoorschijn en legde die op de eettafel. Hij had het vuurwapen gekregen tijdens zijn militaire training in Guinea. “Vertel mij nu maar eens”, Tsietsi nam de geladen revolver weer van de tafel en vervolgde, het wapen richtend op Welma: “Zijn de geruchten die in Zuid-Afrika rondgaan waar? Werk jij voor de CIA? Is dat zo?” In afgrijzen en volslagen paniek is Welma uit het appartement – waar zij toen in Monrovia woonden – weggevlucht om er nooit meer in terug te keren.

Een schoonheidskoningin.

18 juli 2013 § Een reactie plaatsen

De legendarische Fela Anikulapo Kuti, 'only wearing underpants and a saxophone'.

De legendarische Fela Anikulapo Kuti, ‘only wearing underpants and a saxophone’.

Toen Nigeria dankzij de enorme opbrengsten uit de oliewinning zich Dagobert Duck waande, kon het zich ook wel een geldverslindend feestje veroorloven. Dat werd FESTAC, het ‘Second World Black and African Festival of Culture’ dat in januari 1977 in Lagos werd gehouden. Het eerste festival van die aard vond plaats in Dakar, Senegal in 1966, toen georganiseerd door de Senegalese president Leopold Sedar Senghor. FESTAC was een mega-gebeurtenis waar zo’n 70.000 gedelegeerden uit 59 landen acte de présence gaven. Ook Nina Simone was van de partij. Zij vertelde mij over de eufore stemming die het Pan-Afrikanistische festival kenmerkte. Zij zelf ervoer haar aankomst op het vliegveld van Lagos als een welhaast religieuze beleving. “De warmte die mij vanaf de landingsbaan tegemoet kwam! En dan die enorme menigte van zingende, dansende en drummende mensen die mij onder aan de vliegtuigtrap opwachtten. Ja….toen had ik dat intense gevoel”, zij zuchtte. “I’m coming home!” Vooral onder Afro-Amerikanen was het mijmeren over ‘terug naar de oorsprong van hun bestaan’, in de jaren zeventig van de vorige eeuw erg populair. Maar ook op de Zuid-Afrikaanse gedelegeerde balling, Thabo Mbeki, maakte FESTAC enorme indruk. Toen Mbeki’s biograaf Mark Gevisser hem in 2000 vroeg naar zijn indrukken die hij in 1977 in Nigeria opdeed, raakte Thabo Mbeki weer even in de ban van FESTAC en dan vooral van zijn ontmoetingen met de legendarisch geworden muzikant Fela Kuti, de anarchist die in z’n eentje een ‘Counter-Festac’ op touw had gezet uit protest tegen het naar zijn mening megalomane officiële festival. Gevisser beschrijft dan hoe Mbeki heel even wegdroomt op die herinneringen en, zijn ogen weer openend, Gevisser ziet die er bij hem op aandringt het verschil tussen Nigeria en Zuid-Afrika te omschrijven. “An openess”, antwoordt hij dan, als de essentie van Nigeria, en vervolgt: It’s an extraordinary society, an African society. It doesn’t have this big imprint of colonial oppression. It’s something else. Very different from here. You get a sense that you are now really being exposed to the real Africa, not where we come from…” Met zijn geboeidheid voor de tegendraadse oproerkraaier zoals Fela Kuti destijds door de autoriteiten werd gezien; zat Thabo Mbeki in een lastig parket. Hij moest immers als ANC-vertegenwooordiger met Obasanjo’s regering onderhandelen over Nigeria’s steun aan het ANC. Tegen die achtergrond was het dus tactisch niet zo handig om het ‘Counter-Festac’ van ‘warhoofd’ Kuti met een bezoek te vereren. Toch heeft Thabo Mbeki het wel gedaan. Dat voelde wel ongemakkelijk, vertrouwde hij Mark Gevisser jaren later toe. “Indeed when you get there, you don’t really want to be seen, because there he appears on stage, Fela, he’s only wearing underpants and his saxophone…”                                                                                                                            Festac poster

Het lijkt mij onwaarschijnlijk dat Thabo Mbeki en Tsietsi Mashinini tijdens FESTAC ook maar de minste aandrang hebben gevoeld om elkaar te ontmoeten om over hun zo haaks op elkaar staande denkbeelden over de strijd tegen de apartheid met elkaar van gedachten te wisselen. Zij waren immers elkaars gezworen tegenstanders, beiden dingend naar de gunsten van Generaal Obasanjo. Wie Tsietsi tijdens zijn verblijf in Lagos wel ontmoette was, Welma Campbell, een jonge zangeres in het achtergrondkoortje van Miriam Makeba die uiteraard ook aan FESTAC deelnam. Tsietsi en Welma zagen elkaar voor de eerste keer tijdens een lunch die Makeba had georganiseerd. Op Welma maakte Tsietsi grote indruk. Zijn welbespraaktheid, zijn zelfverzekerdheid; Welma raakte helemaal in de wolken over deze jonge man die haar verzekerde dat de Zuid-Afrikaanse jeugd het in de strijd tegen de apartheid voor het zeggen had gekregen en dat het ANC en de andere bevrijdingsbewegingen op een hopeloze manier de weg waren kwijtgeraakt. Het was tijdens die lunchbijeenkomst niet meteen liefde op het eerste gezicht maar na een telefoongesprek de volgende dag tussen beiden sloeg de vonk wel over. “I’ve met Miss Liberia! I’ve met a beauty Queen”. In ‘A Burning Hunger’ beschrijft Lynda Schuster dan hoe Tsietsi het op een vreugdedansje zet.

Vliegbestemming.

12 juli 2013 § Een reactie plaatsen

tsietsi1Zou het leven en zijn verdere politieke carriѐre nou heel anders zijn verlopen als Tsietsi Mashinini, zoals oorspronkelijk was gepland, in Nederland was aangekomen? Daar was voor hem in ieder geval een studentenvisum geregeld. Het is er niet van gekomen omdat Tsietsi en zijn makkers op hun doorreis in Lusaka een op Londen klaarstaande Boeing 747 toch net iets imposanter vonden dan de gereedstaande en voor hen kennelijk wat minder ogende DC10 met dezelfde bestemming. Het zou voor de jongens bij aankomst in Londen echter een wereld van verschil maken. Lynda Schuster legt in haar boek “A Burning Hunger” uit waarom. De versmade DC10 vloog namelijk naar het Londense vliegveld Heathrow waar je dan met voor Nederland geldige papieren zonder problemen over kunt stappen voor het laatste stukje naar Amsterdam. De Boeing arriveerde echter op het andere vliegveld van Londen, Gatwick, en om van dat vliegveld naar Heathrow te komen moet je eerst door de Engelse douane, iets wat niet lukt als je voor Engeland geen geldig visum hebt om met het openbaar vervoer van Gatwick naar Heathrow te rijden. Na veel gedoe bleef Tsietsi en zijn metgezellen Barney en Selby een gedwongen terugkeer naar Lusaka op een eerstvolgende vlucht bespaard en werden zij door vertegenwoordigers van het ANC in Londen opgevangen. Tsietsi betoonde zich allesbehalve dankbaar jegens het ANC dat hun uit de brand had geholpen. Als militante activist uit het kamp van de Zwarte Bewustzijnsbeweging was hij fel gekant tegen het ANC en hij stak zijn weerzin tegen de leden van het ANC dan ook niet onder stoelen of banken. Hij beschouwde die als een stelletje verachtelijke zwakkelingen aan het lijntje lopend van blanke communisten. Het werd zijn ANC-gastvrouw op een goed moment te gortig om een stelletje ondankbare fanatiekelingen, met Tsietsi voorop, nog langer gastvrijheid te verlenen. Zij wees het drietal de deur. Gelukkig beschikte het in weerwil van de breuk met het ANC over voldoende geld om andere woonruimte te huren en studiegeld te betalen. Niet alleen door linkse clubs van socialisten, Maoȉsten en Trotskisten in Engeland, maar ook elders in Europa werden Tsietsi en zijn vrienden vervolgens graag geziene gasten voor lezingen over de strijd tegen de apartheid. In november 1976 werd Tsietsi uitgenodigd door de Socialistische Werkers Partij van de Verenigde Staten voor een lezingentour door het land. Interessant genoeg werd de handel en wandel van de prominente balling Mashinini in de Zuid-Afrikaanse pers niet doodgezwegen. De Sunday Times zag in die uitnodiging van een Amerikaanse socialistische partij het bewijs hoezeer Tsietsi in links Europa al was gehersenspoeld. De krant schreef onder de schreeuwende kop: Tsietsi Trained at Vanessa’s Red School’, hoe de schooljongen van de Soweto Opstand intensieve training kreeg in het “Rode Huis” – de “school voor revolutionairen” die was opgezet door de Britse actrice Vanessa Redgrave in een landhuis in Derbyshire. Gaandeweg zijn zegetour waar Tsietsi werd toegejuicht als de revolutionair pur sang begonnen zijn kompanen zich steeds ongemakkelijker te voelen over zijn eigengereidheid en zijn niet meer te pruimen arrogantie.tsietsi2

De breuk met zijn medestrijders kwam toen die ontdekten hoe Tsietsi het voor elkaar had gekregen om steun te krijgen van de toenmalige president Generaal Obasanjo van Nigeria om daar zijn eigen bevrijdingslegertje op te zetten. Daarmee zou Tsietsi de in zijn ogen slappe hap van het ANC en het Pan Africanist Congress (PAC) eens een onversneden revolutionair poepje laten ruiken. Het is jammer dat Lynda Schuster in haar boeiende ontrafeling van Soweto jongeren in ballingschap nogal spaarzaam is met de aanduidingen van het tijdsverloop waarin Mashinini verstrikt raakte in de door hem ontketende richtingenstrijd. Maar het moet ergens medio 1977 zijn geweest dat opnieuw de Sunday Times een artikel publiceerde onder de kop: “Mashinini to Head New Force”. Volgens dat artikel zou de Nigeriaanse Regering bezig zijn met de opbouw van een nieuwe bevrijdingsorganisatie met als kern zo’n 180 zwarte Zuid-Afrikaanse studenten in ballingschap onder leiding van Tsietsi Mashinini. Dat roept dan de vraag op hoe het tegen die tijd Mbuyisa Makhubu was vergaan? Ook hij had net als Tsietsi nagenoeg in hetzelfde tijdsverloop eenzelfde vluchtroute afgelegd met Botswana als tussenstop. En het is aannemelijk dat Mbuyisa ook medio 1977 in Nigeria terecht is gekomen. De vraag is dan bij wie Mbuyisa zich toen heeft aangesloten of onder wiens hoede hij daar werd genomen. Het blijft een intrigerende vraag.

Liberian Calypso.

4 juli 2013 § Een reactie plaatsen

Nina Simone.

Nina Simone.

“Ze waren RIJK!” Galmde het over haar koffietafel. “Het was RIJK!”…….. De Amerikaanse zangeres Nina Simone schoten woorden tekort om haar ballingschap van drie jaar in Liberia samen te vatten. Op aanraden van haar goede vriendin Miriam Makeba liet de in Amerika wat in de problemen gekomen Nina Simone dat land in 1974 achter zich voor een aangenaam verblijf in Liberia. Niet, zoals Makeba in haar levensverhaal aangaf, omdat daar Engels werd gesproken. In het interview dat ik in 1991 met Nina Simone had, liet die er geen enkel misverstand over bestaan dat er voor haar geen leuker Afrikaans land was dan Liberia, waar beroemdheden zoals zij zich konden laten fêteren door de daar toen nog regerende Americo-Liberiaanse elite met President William Tolbert aan het hoofd. “Ik kreeg van hem een schitterend huis tot mijn beschikking…aan het strand, met een vleugel piano.” Simone kon er zich nog over verkneukelen. “Als ik dan van daar een cricketwedstrijd ging bekijken, reed ik er naar toe in een witte Rolls Royce.” Ze stak nog eens een nieuwe Gauloise op om al paffend na te genieten over die prachtige tijd en haar roemruchte bezoek aan de nachtclub ‘The Maze’ in Monrovia. “Daar heb ik toen een keer een striptease ten beste gegeven. Zo kwam ik op mijn nummer “Liberian Calypso”. Het was duidelijk; Nina Simone voelde zich daar aan het strand van Monrovia als een vis in het water en bracht het adagium van de Amerikaanse televisiedominee Frederick Eikerenkoeter in de praktijk dat: “The best thing you can do to the poor is not be one of them.” Dat was de Americo-Liberiaanse elite waar Nina Simone en Miriam Makeba zich zo bij op hun gemak voelden ook op het lijf geschreven. In 1847 werd Liberia het eerste onafhankelijke Afrikaanse land waar de in Amerika vrij geworden slaven zich konden vestigen om daar een nieuw bestaan op te bouwen. Zij deden dat heel erg naar het voorbeeld van hoe de Amerikaanse elite het in die tijd voor elkaar had. Dus werden er in Liberia imposante landhuizen gebouwd, copiën van landhuizen zoals die in de zuidelijke staten van Amerika. In weerwil van de tropische omstandigheden bleef ook de mode puur Amerikaans met voor de heren streepjesbroeken, jacquets, hoge hoeden en glimmende wandelstokken. Aan de oorspronkelijke bewoners van het gestichte Liberia lieten de nieuwkomers zich echter niets maar dan ook niets gelegen liggen. In zijn reisverhaal ‘Journey without Maps”, gepubliceerd in 1936, geeft de schrijver Graham Greene niet alleen een prachtig maar ook een verrassend onheilspellend beeld van die zelfingenomen Americo-Liberiaanse klasse waar in 1980 door de jonge sergeant Samuel Doe op gruwelijke wijze mee werd afgerekend.

De executie in 1980 van de Americo-Liberiaanse elite op het strand van Monrovia. Aan de beurt Cecil Dennis waar Nina Simone meer dan goed mee bevriend was.

De executie in 1980 van de Americo-Liberiaanse elite op het strand van Monrovia. Aan de beurt Cecil Dennis waar Nina Simone meer dan goed mee bevriend was.

Toen dat gebeurde, hoefde Nina Simone daar geen getuige meer van te zijn. Zij had Liberia al drie jaar eerder, in 1977, verlaten. Dat is dan het jaar waarin zij – misschien op de valreep – met Tsietsi Mashinini kennis had kunnen maken. Helemaal onmogelijk lijkt mij dat niet omdat ook Tsietsie – net als Nina Simone – door Miriam Makeba werd geïntroduceerd in de Liberiaanse beau monde. Verder bezochten zowel Tsietsi als Nina in datzelfde jaar het grote Afrikaanse culturele festival FESTAC in Lagos, Nigeria. Het moet dan toch gek zijn gegaan als de twee toen niet op z’n minst kennis met elkaar hebben gemaakt. Per slot van rekening moet Tsietsi in die periode zeker zoiets geweest zijn als de ‘golden boy’ uit Zuid-Afrika, de aanstichter van de Soweto Scholierenopstand van 1976, de compromisloze belijder van het Zwarte Bewustzijn. Zeker is in ieder geval dat Tsietsi via Miriam Makeba kennis maakte met een zangeres uit haar achtergrondkoortje, Welma Campbell dus, de dochter van een vooraanstaande Liberiaanse politicus. Het is dankzij de voortreffelijke beschrijving door de Amerikaanse journaliste Lydia Schuster van de Mashinini familieggeschiedenis in “A Burning Hunger”, dat wij Tsietsi’s handel en wandel tenminste over een beperkt aantal jaren enigszins in kaar kunnen brengen. Schuster voert de lezer in haar boek terug naar het vliegveld in de Zambiaanse hoofdstad Lusaka waar drie op de vlucht geraakte jongens uit Zuid-Afrika op doorreis zijn naar Londen. Van de gereedstaande vliegtuigen met interncontinentale bestemmingen maakt een Boeing 747 op Tsietsi – een van de drie – de meeste indruk. “Als we dan doorvliegen naar London! Dan in stijl en met die!” Stelt Tsietsi aan zijn kameraden voor en hij gaat naar een incheckbalie om de tickets naar hun Londense bestemming over te boeken op de Boeing 747.

Voor wat, hoort wat!

28 juni 2013 § Een reactie plaatsen

Amina Cachalia en Nelson Mandela in zijn tuin in Houghton, Johannesburg.

Amina Cachalia en Nelson Mandela in zijn tuin in Houghton, Johannesburg.

Het gaf mij een zekere opluchting om te lezen dat ik met mijn reserves jegens Miriam Makeba niet helemaal alleen sta. In haar recent verschenen autobiografie, When Hope and History Rhyme, van Amina Cachalia, anti-apartheids activiste en goede vriendin van Nelson Mandela, schrijft zij heel kort iets over Miriam Makeba. Zij doet dat in de context van een telefoongesprek dat zij met Nelson Mandela in 1991 voerde, in de tijd dus dat Winnie Mandela voor de rechter stond ter zake van de moord op Stompie Seipei Moeketsi, een jeugdige activist die door Winnie’s notoire ‘voetbalclub’ was geliquideerd. Mandela vroeg zijn vriendin of zij bij een volgende rechtszitting acte de présence zou willen geven bij wijze van morele ondersteuning voor zijn zo in het nauw geraakte Winnie. Nee, dat doe ik niet, antwoordde Cachalia. Winnie’s kwestie is geen politieke aangelegenheid maar een strafrechtelijke. Daar ga ik mij niet mee inlaten. Om haar toch over de streep te krijgen verwees Mandela toen naar het goede voorbeeld dat Miriam Makeba kennelijk al had gegeven; waarop Cachalia reageerde met: “Ja, zij wel. Want voor wat hoort wat…toch!” Met die opmerking herinnerde Cachalia Nelson Mandela aan een door hem eerder aan haar gedane ontboezeming over Miriam Makeba. Die bleek na haar terugkeer in Zuid-Afrika in 1990 niet alleen even langs te zijn geweest bij de familie van Tsietsie Mashinini om daar wat foto’s af te geven; met enkele van haar vriendinnen had zij na haar terugkeer ook belet gevraagd en gekregen voor een ontmoeting met Nelson Mandela. In dat samenzijn vroegen Makeba en haar vriendinnen of Mandela voor hen iets zou kunnen betekenen bij de aanschaf van nieuwe auto’s voor de dames. Ik ga ervan uit dat Makeba en haar vriendinnen zich met hun verzoek toen ook hebben laten leiden door het principe van ‘voor wat, hoort wat’. Hebben wij ons niet suf gezongen in de strijd tegen de apartheid? Waar is onze beloning? Aanvankelijk, zo vertelde Mandela aan Cachalia, moest hij niks hebben van dat gebedel. Maar Makeba en haar zangvogeltjes zetten het vervolgens op pruilen en huilen om hun verzoek kracht bij te zetten. Mandela ging overstag. “Ik kan nou eenmaal niet tegen huilende vrouwen”, moet hij aan Cachalia hebben toevertrouwd.

Voor een muzikaal eerbetoon aan Miriam Makeba was de Nederlandse zangeres Leoni Jansen in 2010 in Johannesburg om daar samen met de Africa Mama’s – een door Jansen enkele jaren daarvoor geformeerde groep van getalenteerde jonge zangeressen – zo’n programma samen te stellen. De leden van de zanggroep zouden in de productie ieder voor zich een bepaalde episode uit het leven van Miriam Makeba voor hun rekening nemen. Makeba’s hartsvriendin was daarom uitgenodigd voor een workshop met de Mama’s om hen meer inzicht te geven in de persoonlijkheid en de levenswandel van de in 2008 overleden Mama Africa. Het werd een buitengewoon levendige bijeenkomt, boordevol anekdotes over de zo vermaard geworden Makeba waar ook ik als toehoorder geboeid naar luisterde. Hoe het zo ter sprake kwam, weet ik niet meer, maar op een goed moment gaf Makeba’s hartsvriendin haar indrukken van post-apartheid Zuid-Afrika. Uitgebreid ging zij in op de morele rafelrand die naar haar mening zo pijnlijk zichtbaar was geworden aan het ‘nieuwe Zuid-Afrika’. Het ergste vertoon van hoezeer de Zuid-Afrikaanse samenleving aan morele verloedering ten prooi was gevallen, was volgens haar de om zich heen grijpende homoseksualiteit. Er volgde een filippica van homofobe achterlijkheid waar de honden geen brood van lustten. Ofschoon ik gelukkig al lang genoeg in Zuid-Afrika woonde om dit soort rabiate afkeer van homo’s langs mijn koude kleren af te laten glijden, kostte het mij bij deze gelegenheid toch iets meer moeite. Ik zat namelijk tijdens die geanimeerde workshop nog tot over mijn oren in de rouw over mijn partner Donald die ik enkele weken daarvoor had moeten begraven. Ik kon alleen maar denken; “Houd alsjeblieft op, mens!” En natuurlijk had ik al helemaal niet de moed om het geraaskal van Makeba’s hartsvriendin te onderbreken met: “Mevrouw, wist u dat Miriams tophit Pata Pata ooit ‘top of the bill’ was in Nederlandse homokroegen. Ik heb er in een Arnhemse nichtenkit nog een dansje op geleerd. En wat dacht u van Miriams goede vriendin Nina Simone? Die was in dezelfde tijd pas ‘camp’ met haar versie van Ne me quitte pas!”

Onuitwisbare beelden.

21 juni 2013 § Een reactie plaatsen

De foto van Sam Nzima die Mbuyisa Makhubu wereldberoemd maakte. Naast hem Hector Pietersons zusje Antoinette.

De foto van Sam Nzima die Mbuyisa Makhubu wereldberoemd maakte. Naast hem Hector Pietersons zusje Antoinette.

Zijn naam zal de meeste mensen niet zoveel zeggen; toch kent de hele wereld Mbuyisa Makhubu van de foto die het beeldmerk werd van de scholierenopstand van 16 juni 1976. Daarop is hij te zien als de jongen die Hector Pieterson, officieel het eerste dodelijke slachtoffer van die gebeurtenis, in zijn armen draagt. Met Hectors zusje Antoinette in paniek naast hem, rent Mbuyisa naar de volkswagen kever van fotograaf Sam Nzima om Hector op de achterbank ervan neer te leggen voor een rit naar het dichtstbijzijnde hospitaal waar een arts niet meer kon doen dan de dood van de 13-jarige Hector vaststellen. Mbuyisa kever

Er zijn nogal wat overeenkomsten tussen Tsietsi Mashinini, de organisator van de scholierenmars die uitliep op een opstand van ongekende omvang, en Mbuyisa Makhubu. Ze waren allebei van dezelfde leeftijd. De politie had het op hen gemunt. Op Tsietsi als de aanstichter van het verzet en op Mbuyisa omdat zijn foto de wereldpers had gehaald en de internationale gemeenschap daardoor niet langer meer weg kon kijken van wat er in Zuid-Afrika aan de hand was. Beiden hebben kort na de juni-gebeurtenissen van 1976 de wijk genomen naar het buitenland. Tsietsi is veertien jaar later in Guinea onder mysterieuze omstandigheden overleden; Mbuyisa is in Nigeria spoorloos verdwenen. Zijn moeder heeft tot haar dood in 2004 alles op alles gezet om te achterhalen hoe haar zoon in ballingschap zomaar kon verdwijnen. Zij klopte ook aan bij de Waarheids- en Verzoeningscommissie; zonder enig resultaat. Ook de familie van Tsietsi Mashinini is achtergebleven met vragen over de raadselachtige dood van hun zoon en broer. Dat is in hun geval toch wel merkwaardig te noemen omdat het leven van Tsietsi in ballingschap over een behoorlijk aantal jaren na 1976 gereconstrueerd kon worden. Een veel langere periode dus dan die van Mbuyisa’s verblijf in het buitenland. Het laatste levensteken dat de moeder van Mbuyisa in 1978 kreeg, was een brief van hem waarin hij schreef veel ziek te zijn geweest en dat het nog steeds niet zo goed met hem ging. Daarna is er niets meer van hem vernomen. Via wat tussenstops belandde Tsietsi in 1977 in Liberia waar hij dankzij de zangeres Miriam Makeba in contact kwam met Welma Campbell, de dochter van een Liberiaanse politicus. Welma, ooit uitgeroepen tot Miss Liberia deed in dat jaar ook mee aan de Miss Universe verkiezingen en Tsietsi trouwde met haar. Dat huwelijk waaruit twee dochters werden geboren, heeft maar enkele jaren geduurd. Volgens sommige bronnen heeft Tsietsi zich daarna in Guinea gevestigd waar Miriam Makeba zich opnieuw over hem ontfermd zou hebben. In tegenstelling tot Mbuyisa moet Tsietsi’s carriëre als balling zeker in zijn beginjaren in het teken hebben gestaan van de glitter en glamour waar Bekende Ballingen, BB’en, zoals Miriam Makeba en haar Amerikaanse collega Nina Simone in onder andere, Liberia op werden onthaald. Om deze indruk bevestigd te krijgen, raadpleegde ik de heruitgegeven autobiografie van Miriam Makeba. Dat is een rijk geïllustreerd prutswerk van iemand die het ongelooflijk goed met zichzelf getroffen blijkt te hebben. Zo’n autobiografie kan het dan ook gerust stellen zonder bibliografie en de index kan beperkt blijven tot de letters M voor Miriam en de M van Makeba; om het de lezer vooral niet nodeloos ingewikkeld te maken. Over Tsietsi Mashinini weet zij in haar fotoalbum te melden dat zij in 1990 bij haar terugkeer uit ballingschap in Zuid-Afrika bij de familie van Tsietsi wat foto’s van hem is gaan afgeven. Daar kunnen de familie en de lezers van haar openhartigheid het dan mee doen. Ik weet niet precies waarom, maar dat werkstukje van “Mama Africa” – de eretitel die Miriam wist te verwerven – bij de boekwinkel Exclusive Books doorbladerend, bekroop mij een gevoel van ergernis. Ergernis dat een duur boek voor mij in ieder geval helemaal niks te melden bleek te hebben. Eerlijk gezegd toch ook verontwaardiging over veel te veel met leuke foto’s – dat wel – verluchtigde onwaarachtigheid. Zoals de mededeling van ‘ons Mama’ dat zij haar boezemvriendin Nina Simone zo ergens rond 1974 adviseerde om als economische balling uit de Verenigde Staten haar heil maar te zoeken in Liberia. Dat land was, in tegenstelling tot Miriams Franstalige ballingsoord Guinea, volgens haar voor Simone een veel beter, want, Anglofoon toevluchtsoord. Wat een aperte onzin! Toch raar. Zit ik bij Exclusive Books een boek van Miriam Makeba door te bladeren om postuum, zij overleed in 2008, een hekel aan dat mens te krijgen. Onredelijk is zoiets. Om niet te zeggen, volstrekt onbetamelijk.

  • Berichten uit Londonstreet Johannesburg

    Vanuit zijn 'kasteeltje op een richel' aan Londonstreet schrijft Peter van den Akker persoonlijke observaties over alledaagse, minder alledaagse en historische zaken in Zuid Afrika.
  • Archief

  • Enter your email address to follow this blog and receive notifications of new posts by email.

    Voeg je bij 114 andere volgers

  • Categorieën