Uit de weg geruimd

26 april 2012 § 1 reactie

Osu Castle de regeringszetel in Accra, Ghana

Mijn allereerste kennismaking met ‘Afrika’ was in Ghana’s meest noordelijke provincie, de Upper Region; de tijd dat het met name in West-Afrika zomaar kon gebeuren dat de staatsradio onverhoeds op vrolijke marsmuziek overschakelde. De bevolking wist dan hoe laat het was: een staatsgreep. Werd die enigszins fatsoenlijk uitgevoerd dan meldde een omroeper tussen de marsmuziek door: “Blijf bij uw radio en wacht op belangrijke mededelingen.” Op maandagochtend 4 juni 1979 ging het er in de studio van de Ghanese Radio Omroep wat rommeliger aan toe. Opeens hoorden de vroege luisteraars een opgewonden stem de uitzending onderbreken. “Dit is luchtmacht-luitenant Rawlings. De manschappen hebben mij zoeven uit mijn cel bevrijd. Met andere woorden, (zij) hebben net de toekomst van dit land overgenomen.” Het werd Rawlings’ tweede optreden als redder des vaderlands. Zijn eerste poging tot staatsgreep op 15 mei 1979 mislukte waardoor hij in de gevangenis belandde waaruit hij dus op 4 juni 1979 op spectaculaire wijze werd bevrijd. De succesvolle staatsgreep kostte de militaire leider van Ghana, Ignatius Kutu Acheampong en wat andere leden van zijn corrupte regering het leven. Zij werden nog voor het eind van die maand juni geëxecuteerd. Bijzonder kon het aantreden van de onstuimige Jerry John Rawlings wel genoemd worden. Hij vertegenwoordigde een destijds nieuwe trend in Afrikaanse machtswisselingen; die van de ‘junioren-coups’. Het waren niet langer meer generaals en kolonels die Afrikaanse regeringen uit het zadel wipten maar jeugdige militairen uit de lagere rangen van het leger, zoals Rawlings. Het uitzonderlijke van Rawlings’ optreden was zeker ook dat hij zijn belofte hield en al eind september van hetzelfde jaar de macht overdroeg aan de burgerpresident Dr. Hilla Limann, een gemoedelijke en minzame noorderling. Zo herinner ik mij hem in ieder geval.

Jerry John Rawlings

Even buiten Bolgatanga, de provinciehoofdstad van de Upper Region, was de presidentiële residentie piekfijn in orde gebracht voor het verblijf van President Hilla Limann ter gelegenheid van een belangrijke landbouwtentoonstelling. Wij, het groepje Nederlandse ontwikkelingswerkers waartoe ik behoorde, waren voor een receptie bij de President uitgenodigd. Zo viel ik dus kort na mijn aankomst in de Upper Region met de cultuurschok nog nadreunend in mijn lijf wat je noemt met mijn neus in de boter; meteen op audiëntie bij een nieuw aangetreden regeringsleider. Zo had ik ook meteen veel plezier van mijn lichtblauwe tropenpak waarmee ik parmantig rondliep op die receptieavond in de tropische tuin die de imposante koloniale villa omgaf. Veel Dorische zuilen en een glanzend rood geboende gallerijvloer. Wit grint knisperde voornaam onder de zolen van mijn maffiose opengewerkte schoenen en ik kon zien dat de keien waarmee de grintpaden waren afgebiesd nog dezelfde ochtend blikkerend wit waren gekalkt. Na de plichtplegingen bij de President groepten wij samen en onder het genot van een glas champagne leverden mijn al zeer ervaren en goed ingevoerde collega-ontwikkelingswerkers hun commentaar op de Ghanese stand van zaken. Ik luisterde aandachtig waarbij er een heel vervelend onbestemd gevoel over mij heen kwam. Het was alsof ik in een verkeerd toneelstuk was terechtgekomen met geen flauw benul van de rolverdeling; laat staan de tekst. Ik hoorde wel dat mijn collega’s op enigszins bezorgde toon over Hilla Limann spraken. Of de goedmoedige man die wij net een hand hadden gegeven misschien toch ook weer zou eindigen op een executieterrein nabij Accra. Met die Rawlings wist je het maar nooit. Tenslotte had hij nog maar kortelings acht regeringsmensen waaronder het toenmalige staatshoofd en twee van zijn voorgangers zonder pardon laten neerknallen. Bernadine, die deel uitmaakte van ons groepje dacht dat het wel mee zou vallen. “Want”, zei zij, “wat Rawlings uit de weg ruimde; over dat tuig hoeft toch niemand rouwig te zijn!? Ik ben het in ieder geval niet.”

Later, weer thuis, hield Bernadine’s oordeelvelling mij onder mijn klamboe nog lang uit mijn slaap. Boven mij maakte de ventilator zacht zwiepende geluiden en buiten hoorde ik het delicate getinkel van piepkleine groene en bijna transparante kikkers; dat klonk alsof honderden dicht bij elkaar hangende paarlemoeren schijfjes behoedzaam door een briesje werden beroerd.

Waar ben ik?

Je bekijkt nu de Ghana categorie van pjvandenakker.